Inleiding
De diameter van de nozzle is vooral belangrijk wanneer we de maximale laaghoogte willen beïnvloeden en de kwaliteit van details op de bovenste lagen willen definiëren.
Laaghoogte
Minimale laaghoogte
In de volksmond wordt dit ‘het magische getal’ van een 3D printer genoemd.
3D-printers met geavanceerde stappenmotordrivers (zoals TMS2208, TMS2209,…) kunnen micro-stepping doen, wat betekent dat ze ergens tussen twee stappen kunnen positioneren door een differentieel signaal te sturen om de motor ergens tussen twee stappen te positioneren, maar het moet gezegd worden, de nauwkeurigheid is nooit zo hoog als bij het gebruik van volledige stappen.
Maximale laaghoogte
Daarom wordt geadviseerd om bij een afdruk met een 0,4 mm nooit laaghoogtes boven de 0,28 mm te printen.
Totale impact van nozzle diameter op het printen
Omdat de laaghoogte direct kan worden gerelateerd aan de snelheid waarmee een afdruk wordt afgewerkt (hoe dikker de lagen, hoe minder lagen er voor hetzelfde item moeten worden afgedrukt), zal de diameter van het mondstuk zelfs een grotere impact hebben, omdat de wanddikte ook zal veranderen met de diameter van de nozzle:
Voor dezelfde wanddikte (laten we uitgaan van 2,4 mm wanden) zou het aantal wanden voor verschillende nozzle diameters zijn:
Nozzle diameter | Wand dikte | Aantal wanden |
|---|---|---|
0,2 mm | 2,4 mm | 12 |
0,4 mm | 2,4 mm | 6 |
0,6 mm | 2,4 mm | 4 |
0,8 mm | 2,4 mm | 3 |
Zoals we in de bovenstaande tabel kunnen zien, hoe dikker de diameter van het mondstuk, hoe minder wanden we nodig hebben om dezelfde wanddikte te bereiken en dus die items veel sneller te printen.
Voorbeelden van slicen met verschillende nozzle diameters en laaghoogtes:
In de onderstaande tabel doen we een oefening waarbij we hetzelfde deel slicen, met dezelfde basisinstellingen met betrekking tot printsnelheid, invulpercentage en wanddikte in mm. Boven- en onderkant worden altijd bedrukt met 4 lagen (zal ook in dikte variëren vanwege laaghoogte)
We zullen alleen de diameter van het mondstuk en de laaghoogte wijzigen en kijken welke impact t zijn heeft op de totale afdruktijd.
ONTHOUD: dikkere nozzle diameter zal ook een impact hebben op de geprinte infill, omdat de infill-lijnen de breedte van de nozzle diameter hebben en dus dikker zijn bij gebruik van een grotere nozzle diameter.
De laaghoogte zal altijd een vermenigvuldiging van 0,04 zijn (het magische getal voor Z)
Voorbeeld tabel van een print aan 50mm/s:
Nozzle diameter | Max | Layer Height | Wall thickness (mm) | Number of wall lines | Print duration |
|---|---|---|---|---|---|
0,2 | 0,14 | 0,12 | 2,4 | 12 | 5 h 30 min |
0,4 | 0,28 | 0,12 | 2,4 | 6 | 3 h 05 min |
0,4 | 0,28 | 0,12 | 2,4 | 6 | 2 h 02 min |
0,4 | 0,28 | 0,28 | 2,4 | 6 | 1 h 36 min |
0,6 | 0,42 | 0,2 | 2,4 | 4 | 1 h 33 min |
0,6 | 0,42 | 0,28 | 2,4 | 4 | 1 h 13 min |
0,6 | 0,42 | 0,4 | 2,4 | 4 | 0 h 58 min |
0,8 | 0,56 | ,02 | 2,4 | 3 | 1 h 18 min |
0,8 | 0,56 | 0,28 | 2,4 | 3 | 1h 01 min |
0,8 | 0,56 | 0,4 | 2,4 | 3 | 0 h 48 min |
0,8 | 0,56 | 0,56 | 2,4 | 3 | 0 h 39 min |
Bij gebruik van dezelfde laagdikte, maar veranderende nozzle breedte, zal de printtijd veranderen omdat we minder wanden nodig hebben naarmate de nozzle diameter dikker wordt.
BELANGRIJK GEGEVEN : Elke laaghechting is een verzwakking van je stuk, dus meer printlagen is ook een stik dat iets makkelijk zal breken in de horizontale richting